Magnus Johnston en het NJSO bij het Weesp Chamber Music Festival, zaterdag 14 april.  Foto: Rob van Dam

 

PROGRAMMA VOORJAAR 2018

DANS! Ritme is de oerkracht van muziek. Ritme is ons aangeboren; de hartslag is onze interne metronoom. En ritme = dans. Over de hele wereld wordt gedanst; van onze eigen klompendans tot de Argentijnse tango, van de boeren rijdans tot de rituele dans van de derwisjen in Turkije. Béla Bartók is de grondlegger van de etnomusicologie, de nauwgezette bestudering van de volksmuziek. Zijn Roemeense dansen zijn een harmonisatie van bestaande melodieën die hij tijdens zijn veldwerk verzamelde. Felix Mendelssohn schreef geen echte dansmuziek. Maar met zijn Sinfonia nr.10 in b klein krijgt hij in het opzwepende Allegro wel de voetjes van de vloer!

De Vier jaargetijden van Buenos Aires, zijn het Zuid-Amerikaanse antwoord van Astor Piazzolla op de immer populaire Vier jaargetijden van Vivaldi. Maar in de Winter van Piazzolla geen vrolijke schaatstaferelen of een knapperig haardvuur. We begeven ons in het nachtleven van de broeierige havenstad. Piazzolla wist als geen ander de tango van de straat te combineren met de compositietechnieken van de twintigste eeuw. Zijn tangomuziek is dan ook altijd herkenbaar, maar tegelijk verrassend en altijd gepassioneerd.

In het Divertimento van Bartók tenslotte horen we zijn geheel eigen idioom; een synthese van elementen uit de volksmuziek (ritmes, modaliteiten) en de Europese kunstmuziek. De titel Divertimento – licht vermaak – is ironisch. Bartók schreef het in 1939; de geladen sfeer die er in Europa, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog moet hebben geheerst, is voelbaar in het indrukwekkende tweede deel. Het derde deel komt daarna als een bevrijding met zijn opzwepende ritmiek en volkse melodieën. Het was Bartóks afscheidsgroet aan zijn vaderland voordat hij in 1939 voor het uitbreken van de oorlog naar de VS zou emigreren.